|
|
|
|
Van
de bestuurder
Mijn eerste jaar als bestuurder-directeur van
Aanzet heb ik inmiddels ruim achter de rug. De tijd
vliegt. Zowel binnen als buiten de organisatie
spelen er diverse ontwikkelingen. Dat maakt dat je
snel ingewerkt bent.
In januari van dit jaar zijn we gestart met een
enigszins gewijzigde organisatiestructuur. Een
belangrijke wijziging is dat we vanaf dat moment in
integrale teams zijn gaan werken. Dit wil zeggen dat
in elk team al onze vormen van dienstverlening
vertegenwoordigd zijn, algemeen- en
jeugdmaatschappelijk werk en sociaal
raadsliedenwerk. De teams zijn verdeeld over onze 7
gemeenten (Bernheze/Boekel/Landerd/Maasdonk/Oss/Uden/
Veghel). Ook zijn we meer aandacht gaan besteden aan
onze bedrijfsvoering. Naarmate een organisatie
groter is, is het natuurlijk des te meer van belang
dat de ondersteunende processen goed verlopen en dat
er zo efficiënt mogelijk gewerkt wordt. Daarbij
staat behoud van de kwaliteit van onze
dienstverlening voorop. We zijn er trots op dat we
ervoor kunnen zorgen dat -gaande al deze
veranderingen- de ‘winkel gewoon open blijft’.
Ook extern is er veel beweging. Voor ons algemeen
maatschappelijk werk is het de veranderende rol van
de professional die om aandacht vraagt. Uitgaan van
de eigen kracht van de hulpvrager is het motto; dat
vraagt om een andere houding van de hulpverlener.
Verder zullen de ontwikkelingen binnen de jeugdzorg
hun uitstraling hebben voor ons jeugdmaatschappelijk
werk. De gemeenten krijgen een zwaardere taak op dit
gebied; dit betekent naar verwachting ook iets voor
onze werkzaamheden. In elk geval heeft dit gevolgen
voor de Centra voor Jeugd en Gezin in onze regio,
waar Aanzet de coördinatie voor uitvoert.
Het is goed te constateren dat Aanzet in dit
werkgebied een wezenlijke speler is. Zeker in een
tijd van verdergaande bezuinigingen is het van
belang dat partijen elkaar vinden. Wat mij in deze
regio opvalt, is dat men zeer samenwerkingsgericht
is. We zoeken elkaar snel op als er iets speelt, wat
de cliënten alleen maar ten goede komt. De gemeenten
doen bovendien hun uiterste best om de beschikbare
middelen zo verstandig mogelijk te verdelen. Zij
verdienen wat mij betreft veel lof voor de
zorgvuldigheid waarmee dat gebeurt.
|
|
|